De belasting en uw hypotheek

Nieuw belastingstelsel
Toen op 1 januari 2001 het nieuwe belastingstelsel van kracht werd,
veranderde er eigenlijk niets voor uw hypotheek. De hypotheekrente voor uw
eerste woning blijft gewoon aftrekbaar zolang deze betrekking heeft op de
aankoop, verbetering of onderhoud van uw eerste woning. Nieuw is alleen dat deze
aftrek in het nieuwe stelsel wordt beperkt tot een periode van 30 jaar. Voor
bestaande hypotheken gaat deze termijn in op 1 januari 2001, dus u kunt de rente
tot het jaar 2031 aftrekken. Voor nieuwe hypotheken start deze termijn op het
moment dat de hypotheek wordt afgesloten. En wanneer u een nieuwe, hogere
hypotheek afsluit, dan gaat alleen voor het extra bedrag een nieuwe termijn van
30 jaar in. Dus als u een hypotheek hebt van € 150.000,- en u sluit later een
nieuwe hypotheek van € 200.000,- , dan geldt de nieuwe termijn van 30 jaar
alleen voor de verhoging van € 50.000,-.
Hypotheek met kapitaalverzekering
Aan sommige hypotheken is een kapitaalverzekering gekoppeld. Dit zijn leven-
of spaarhypotheken, waarbij u met de kapitaalverzekering spaart voor de
aflossing van de hypotheek. De uitkering van oude en nieuwe
kapitaalverzekeringen, gekoppeld aan uw eigen woning, blijft onbelast, mits er
aan bepaalde voorwaarden wordt voldaan. Zo moet er in de polis zijn opgenomen
dat de uitkering uitsluitend bestemd is voor het aflossen van de
hypotheekschuld. In andere gevallen wordt het opgebouwde kapitaal gezien als
'gewoon' vermogen en dus gedurende de looptijd belast in box 3. Voor bestaande
kapitaalverzekeringen kan echter een vrijstelling van box 3 van toepassing zijn:
hebt u uw kapitaalverzekering voor 14 september 1999 afgesloten en na die datum
het verzekerd kapitaal niet verhoogd en de looptijd niet verlengd, dan geldt een
vrijstelling van maximaal € 123.428,21 per persoon.
Hypotheek voor tweede woning
In het nieuwe belastingstelsel verandert er wel veel voor hypotheken voor een
tweede woning. Vanaf 1 januari 2001 zijn de hypotheekrente en kosten voor
onderhoud van de tweede woning niet meer aftrekbaar. Voortaan betaalt u 30%
belasting over 4% van de waarde van de woning (box 3). De hypotheekschuld die
u voor uw tweede woning hebt gemaakt kunt u overigens als schuld in box 3
aftrekken van uw vermogen. Bovendien hoeft u geen huurwaardeforfait (voortaan
eigenwoningforfait) meer te berekenen of eventuele huuropbrengsten aan te geven.
Aftrekpost eigenwoningforfait
Vanaf 2005 krijgen huizenbezitters een nieuwe fiscale mogelijkheid: de
aftrekpost eigenwoningforfait.
De nieuwe aftrekpost ontstaat als de betaalde hypotheekrente lager is
dan het eigenwoning forfait. Deze regeling moet mensen stimuleren hun
resterende hypotheekschuld af te lossen. Hier zitten nogal wat haken en
ogen aan, omdat de bank in de meeste gevallen van versneld of in een
keer aflossen een boeterente berekent.
Mensen met een hoge hypotheekschuld die aflossingsvrij is of waarvan de
aflossing nog nauwelijks heeft plaatsgevonden zullen weinig baat hebben
bij de nieuwe regeling. Ze hebben gewoon het geld niet om versneld af te
lossen.
Huizenbezitters die overwegen om in de nabije toekomst te verhuizen
moeten op hun hoede zijn als ze versneld willen aflossen. Stel dat zij
hun huidige hypotheek aflossen. Dit verhoogt de overwaarde (verkoopprijs
minus hypotheekschuld) die volgens de bijleenregeling verplicht in het
nieuwe huis moet worden geïnvesteerd. Slechts voor het bedrag dat het
nieuwe huis meer kost dan het oude aan overwaarde opbrengt, mag een
nieuwe hypotheek worden gesloten waarvan de betaalde rente aftrekbaar
blijft.
Of versneld aflossen voor u voordelig is, vereist het nodige rekenwerk.
Laat u in ieder geval goed voorlichten voordat u anticipeert op deze
regeling.
Overdrachtsbelasting
Deze belasting wordt geheven bij overdracht van een bestaand huis en bedraagt 6%
van de aankoopwaarde. Meestal betaalt de koper deze belasting
(kosten koper: k.k.). Voor een nieuwbouwhuis is geen
overdrachtsbelasting verschuldigd. In sommige gevallen geldt dit wel
voor de grond.
De fiscus helpt mee
Om de hypotheek te kunnen betalen, helpt de fiscus mee. De rente van uw
hypotheek is fiscaal aftrekbaar. Van deze lastenverlichting kunt u -als u dat
wilt- zelfs maandelijks profiteren. Hiervoor zijn speciale
loonbeschikkingsformulieren verkrijgbaar bij uw belastingkantoor. Bovendien zijn
alle kosten voor het verkrijgen van een hypotheek aftrekbaar. Op uw
belastingaangifte mag u dus de kosten van de hypotheekakte, de afsluitprovisie,
de kadasterkosten enzovoort van uw inkomen aftrekken.
Inkomensdaling? Hypotheekrente vooraf betalen!
Weet u nu al dat uw belastingtarief volgend jaar lager is omdat u met
pensioen gaat of minder verdient. Dan kunt u belasting besparen door de
helft van uw hypotheekrente voor volgend jaar dit jaar te betalen. Deze
rente mag u namelijk dit jaar aftrekken als de periode waarop de rente
betrekking heeft voor 1 juli eindigt. U mag dus maximaal een half
jaar rente vooruit betalen en aftrekken.
Aan de hand van een simpele berekening kunt u zien hoeveel u kunt
besparen. Stel dat u dit jaar over uw inkomen 42% belasting betaalt en
volgend jaar 20,5% omdat uw inkomen daalt. U heeft een hypotheek van EUR
120.000 tegen 5% rente. Dat is EUR 6000 per jaar aan rente of EUR 3000
per half jaar. Wanneer u EUR 3000 vooruit betaalt, dan bespaart u EUR
650; 21,5% (42% minus 20,5%) over EUR 3000. Dat is snel verdiend door
alleen maar vooruit te betalen.
De overdracht vervalt?
Stel dat u uw woning voor 1 januari 2004 verkocht heeft en de notariële
overdracht vindt pas in april 2004 plaats. Volgens de nieuwe wet valt u
dan onder het overgangsrecht en kunt u de eventuele overwaarde die uit u
woning is vrijgekomen naar eigen inzicht besteden. Maar wat nu als de
kopers van uw huis de koop toch ontbinden?
Mocht de overdracht (om welk reden dan ook) niet plaatsvinden, dan zit u
met een vervelende situatie. In feite vindt er dan geen verkoop van de
woning plaats. Omdat u de woning dan niet voor 1 januari 2004 heeft
verkocht, is het overgangsrecht niet van toepassing. Het gevolg is dat u
onder de bijleenregeling valt waardoor u verplicht bent om de eventuele
overwaarde van uw oude woning te investeren in de nieuwe woning.
Als u deze overwaarde niet gebruikt voor u nieuwe woning, dan heeft u
geen recht op renteaftrek over het leningbedrag ter grootte van de
overwaarde.
De bijleenregeling is niet van toepassing als u naar een goedkopere
woning verhuist. In dit geval behoudt u renteaftrek over de gehele
hypotheek met als maximum uw oude hypotheekbedrag. De belastingdienst
ziet de overwaarde uit uw vorige woning namelijk als een Eigen Woning
Reserve (EWR).
Deze EWR is vijf jaar geldig. Mocht u binnen deze termijn van vijf jaar
een verbouwing aan uw eigen woning uitvoeren, dan bent u verplicht eerst
uw EWR aan te spreken, voordat u de hypotheek verhoogt. De Eigen Woning
Reserve wordt dan verlaagd met het bedrag waarvoor u gaat verbouwen.
Overgangsregeling
Vanaf 1 januari 2004 is de bijleenregeling in werking gesteld. In het
kort houdt dit in dat u de overwaarde die vrijkomt bij de verkoop van uw
huis in de volgende koopwoning moet investeren. Mocht u dit niet doen,
dan vervalt de renteaftrek over het mogelijke leningbedrag ter grootte
van de overwaarde.
Voor mensen die voor 1 januari 2004 een woning hebben gekocht of
verkocht is er een overgangsregeling. Deze groep valt niet onder de
nieuwe bijleenregeling. Om in aanmerking te komen voor de
overgangsregeling moet u over een getekende koop- of verkoopovereenkomst
(bestaande bouw) beschikken of in het bezit zijn van een getekende koop-
/aanneemovereenkomst (nieuwbouw).
Stel dat u de woning op 15 december 2003 verkocht heeft. De notariële
overdracht vond op 15 februari 2004 plaats. De overwaarde uit verkoop
van uw oude woning bedraagt EUR 30.000. Nu heeft u op 1 februari een
nieuw huis gekocht. Omdat u de verkoopovereenkomst voor 1 januari 2004
heeft getekend valt u onder de overgangsregeling en kunt u de overwaarde
vrij besteden, ook al heeft u de woning pas in februari 2004 gekocht.
U hoeft dus niet bij de notaris een akte laten opmaken zolang de
overeenkomst onherroepelijk is. De ontbindende voorwaarde in verband met
de financiering hoeft echter nog niet verlopen te zijn.
Regels aftrek hypotheekrente aangescherpt
De Hoge Raad heeft de voorwaarden voor de hypotheekrenteaftrek strenger
gemaakt. Als u een lening afsluit voor onderhoud of de verbouwing van uw
huis, kunt u de rente voortaan pas aftrekken vanaf het moment dat de
uitgaven zijn gedaan. En niet meer, zoals voorheen, op het moment dat de
lening werd afgesloten. Het arrest is met onmiddellijke ingang van
kracht.
Bij een andere belastingregel heeft de rechter besloten dat het niet
uitmaakt wanneer u geld dat voor de verbouwing bestemt is van de
rekening haalt voor de aankoop van bijvoorbeeld een auto. In de oude
situatie schrapte de belastinginspecteur in deze situatie de
renteaftrek. De Hoge Raad vindt wel dat het geleende geld liquide
voorhanden moet zijn voor de verbouwing of het onderhoud.
Bouwrente aftrekbaar?
Voordat een aannemer kosten in rekening kan brengen moet hij onder
andere investeren in bouwmaterialen. Hierover lijdt hij renteverlies
omdat hij zijn geld nog niet ontvangen heeft. Dit renteverlies kan hij
vervolgens als bouwrente aan u doorberekenen. Is deze bouwrente bij
nieuwbouw nu wel of niet fiscaal aftrekbaar?
Bouwrente die betrekking heeft op de periode voor het tekenen van de
overeenkomst wordt beschouwd als onderdeel van de aankoopsom van de
woning. Het geld dat u in de woning investeert, dat buiten de hypotheek
valt, is niet aftrekbaar. De rente over dit bedrag is dus niet
aftrekbaar, maar u mag deze rente wel meenemen in de hypotheek. De rente
hierover is wel weer aftrekbaar.
Alleen de bouwrente die betrekking heeft op de periode na het tekenen
van de koopaannemingsovereenkomst is dus aftrekbaar. Financiert u deze
rente mee in uw hypotheek dan is de rente over dat deel van de hypotheek
niet aftrekbaar. Rente over rente mag u namelijk niet aftrekken.
Overdracht aan kinderen onvoordelig
In het verleden maakten veel ouders gebruik van de regeling om 'het
blote eigendom' van hun woning fiscaal vriendelijk over te dragen aan
hun kinderen. Bloot eigendom is het eigendom van het huis zonder het
gebruiksrecht of vruchtgebruik. Maar sinds 2001 wordt een weggegeven
woning door de Belastingdienst als tweede huis beschouwd.
Het gevolg van deze regeling is dat de ouders over de woning geen
hypotheekrente kunnen aftrekken en bovendien 1,2%
vermogensrendementsheffing betalen over de waarde van het vruchtgebruik.
De kinderen moeten ook nog eens 1,2% vermogensrendementsheffing afdragen
over de waarde van het blote eigendom.
Mocht u vroeger zo'n constructie hebben opgezet, dan is het wellicht
aantrekkelijk om een dergelijke constructie terug te draaien. Dit kan
door bijvoorbeeld door de hele woning aan de kinderen te verkopen en
deze dan van uw kinderen te huren. U bent dan wel 6%
overdrachtsbelasting verschuldigd en het is een gecompliceerde
oplossing. Raadpleeg dus eerst een deskundige voor u een besluit neemt.
Koopsubsidie
Met ingang van 1 januari 2001 ging de zogenaamde koopsubsidie
in. Dit is een tegemoetkoming in de maandelijkse hypotheeklasten van maximaal €
136,59 per maand.
Komt u in aanmerking voor koopsubsidie?
Om voor koopsubsidie in aanmerking te komen, moet u aan een aantal eisen
voldoen. Allereerst is uw inkomen aan een maximum gebonden. Als u nu
huursubsidie ontvangt, of als u ervoor in aanmerking komt, komt u waarschijnlijk
ook in aanmerking voor koopsubsidie. Behalve naar uw inkomen wordt ook gekeken
naar uw vermogen.
Eisen aan uw persoonlijke situatie.
Om in aanmerking te komen voor koopsubsidie, mogen uw inkomen en uw vermogen
niet te hoog zijn. Daarnaast gelden er nog enkele aanvullende voorwaarden. Zodra
de wet in werking treedt op 1 januari 2001 worden de verschillende bedragen
aangepast aan de ontwikkeling van de inflatie en bouwprijzen van woningen.
Inkomen.
Als u koopsubsidie wilt aanvragen, mag uw belastbaar inkomen niet hoger zijn
dan de bedragen die hieronder genoemd staan:
| U bent jonger dan 65 |
U bent ouder dan 65 |
| U woont alleen |
U woont samen |
U woont alleen |
U woont samen |
| € 16.154,58 |
€ 21.668,01 |
€ 14.339,45 |
€ 26.500,76 |
Als u samenwoont, geldt het gezamenlijke inkomen van u en uw echtgenoot of
partner. Een inwonend kind of een broer, zus of andere bloedverwant worden niet
tot het huishouden gerekend. Woont u bijvoorbeeld alleen met uw kind dan bent u
volgens de koopsubsidie een alleenstaande.
Vermogen.
Om in aanmerking te komen voor koopsubsidie, mag uw eigen vermogen niet
hoger zijn dan de bedragen die hieronder genoemd staan:
| U bent jonger dan 65 |
U bent ouder dan 65 |
| U woont alleen |
U woont samen |
U woont alleen |
U woont samen |
| € 17.992,39 |
€ 26.500,76 |
€ 30.766,30 |
€ 45.587,27 |
Als u samenwoont, geldt het gezamenlijke vermogen van u en uw echtgenoot of
partner.
Overige voorwaarden.
Verder moet u aan de volgende voorwaarden voldoen om in aanmerking te komen:
Eisen aan de woning en hypotheek. Maximale kosten woning.
Om voor koopsubsidie in aanmerking te komen, mogen de kosten voor de woning
niet meer dan € 112.265,22 bedragen. Dit zijn de totale verwervingskosten, dus
inclusief overdrachtsbelasting, makelaarskosten, kosten voor de hypotheekakte en
dergelijke. Bij een bestaande woning moet u rekenen op ongeveer 12% 'kosten
koper' boven de verkoopprijs. Bij nieuwe woningen ('vrij op naam') is geen
overdrachtsbelasting verschuldigd.
Hypotheek.
Ook aan de hoogte van de hypotheek is een maximum gesteld, en wel €
89.803,10. De hypotheek moet in maximaal 30 jaar voor ten minste 60 procent
worden afgelost. In de loop van de zomer wordt vastgesteld welke hypotheekvormen
wel of niet zijn toegestaan. Voor de hypotheek moet een garantie worden verleend
door Stichting Waarborgfonds Eigen Woningen: de Nationale Hypotheek Garantie.
Onderhoud.
Bij de aanvraag van koopsubsidie voor een bestaande woning is een
taxatierapport vereist. Als het gaat om een woning met achterstallig onderhoud,
moet ook een bouwkundig rapport worden opgesteld. Deze eis geldt als de
geschatte onderhoudskosten tenminste 10% van de waarde van de woning bedragen.
Bovendien moet de koper de kosten van het achterstallig onderhoud kunnen
betalen. Hiervoor wordt een bedrag in reserve gehouden door de instantie bij wie
de hypotheek loopt.
Indexatie.
De verschillende bedragen (kosten van de woning en hoogte van de hypotheek)
worden jaarlijks aangepast aan de ontwikkeling van de inflatie en de bouwprijzen
van woningen.
Verkoop onder voorwaarden.
Woningbouwcorporaties kunnen in sommige gevallen een woning met koopsubsidie
onder voorwaarden verkopen. Deze voorwaarden hebben te maken met de gang van
zaken bij (door)verkoop. De belangrijkste beperkingen zijn de volgende:
-
De verkoper kan van u als koper vragen dat u de woning voor een bepaalde
periode niet verkoopt (maximaal vijf jaar);
-
De verkoper kan van u als koper vragen dat u de woning bij verkoop eerst
aanbiedt tegen de geldende marktwaarde aan de verkoper of diens
rechtsopvolger). Hiervoor geldt een periode van maximaal 15 jaar;
-
Als de verkoper u de woning voor minder dan de marktwaarde verkoopt, kan
deze van u vragen om bij verkoop het verschil terug te betalen (geheel of
voor een deel). Hiervoor geldt een periode van maximaal 30 jaar. Het terug
te betalen bedrag kan worden aangepast aan de prijsontwikkeling.
-
Bij verkoop onder voorwaarden moet altijd sprake zijn van keuzevrijheid.
U moet dus een keuze kunnen maken tussen verkoop zonder korting, of verkoop
met korting én aanvullende voorwaarden.
Als koper en verkoper andere afspraken of voorwaarden overeenkomen, komt u
niet in aanmerking voor koopsubsidie. De wet staat het bijvoorbeeld niet toe dat
corporatie en koper afspraken maken over een deling in de winst bij doorverkoop
van de woning.
Hoe hoog is de koopsubsidie?
De hoogte van de koopsubsidie is afhankelijk van de volgende factoren:
-
De hoogte van de lening;
-
De rente;
-
De overdrachtsbelasting;
-
Uw belastbare inkomen (en eventueel dat van uw echtgeno(o)t(e) of
partner);
-
De samenstelling van het huishouden (alleenstaand, samenwonend, gehuwd,
leeftijd)
Maximale koopsubsidie.
De hoogte van de koopsubsidie bedraagt maximaal € 136,59 per maand. Daarboven
komt nog een toeslag voor de financiering van de overdrachtsbelasting. De
maximale koopsubsidie wordt jaarlijks aangepast aan de prijsontwikkeling en
inflatie.
Elke drie jaar opnieuw bekeken.
De koopsubsidie wordt steeds voor drie jaar vastgesteld. Na afloop van elke
periode wordt nagegaan of u op basis van uw inkomen en vermogen nog steeds in
aanmerking komt voor koopsubsidie. Zo ja, dan wordt de periode weer met drie
jaar verlengd. Op die manier kunt u vijf perioden van drie jaar koopsubsidie
ontvangen.
En na vijftien jaar?
Als u na vijftien jaar nog steeds in aanmerking komt voor koopsubsidie,
ontvangt u een bedrag ineens voor de resterende vijftien jaar.
Hoe vraagt u koopsubsidie aan?
U hoeft de koopsubsidie niet zelf aan te vragen. De bank of een andere
instantie die een hypotheek aanbiedt, doet dat samen met u. Meestal zult u door
de verkoper (bijvoorbeeld uw woningbouwcorporatie) geïnformeerd worden over de
mogelijkheden van koopsubsidie. Het kan ook zijn dat uw hypotheekadviseur dat
voor u doet.
Aanvraagprocedure.
De aanvraagprocedure voor koopsubsidie duurt ongeveer twee weken. U kunt de
uitkomst van deze procedure afwachten voor u besluit de woning wel of niet te
kopen. U moet daarvoor wel een ontbindende voorwaarde in de koopakte laten
opnemen. Als de aanvraag wordt toegekend, ontvangt de geldgever (bank of andere
instantie) bericht van VROM. Hij kan dan de hypotheekakte rondmaken. Zo gauw de
overdracht van de woning heeft plaatsgevonden en u de afschriften van de
transportakte en de geldlening aan VROM heeft gestuurd, kunt u de eerste
koopsubsidie verwachten.
De gang van zaken bij het aanvragen van koopsubsidie is in grote lijnen als
volgt:
-
Als u een woning wilt kopen en u denkt voor koopsubsidie in aanmerking te
komen, gaat u praten met een geldgever of hypotheekadviseur. Deze gaat aan
de hand van een berekeningsdiskette na of u voor koopsubsidie in aanmerking
komt.
-
U vult samen met de geldgever een aanvraagformulier koopsubsidie in. De
geldgever zal enkele gegevens nodig hebben, zoals een belastingopgave voor
de hoogte van uw inkomen. Aanvraagformulier en andere papieren worden naar
VROM gestuurd.
-
VROM controleert het aanvraagformulier en gaat na op hoeveel koopsubsidie
u recht hebt. Dit duurt maximaal twee weken.
-
De geldgever ontvangt een bericht van VROM, waarna de hypotheekakte kan
worden opgesteld. Hierna kan de overdracht van de woning bij de notaris
plaatsvinden.
-
U of de geldgever stuurt een afschrift van de geldleningsovereenkomst en
de transportakte van de woning op naar VROM. VROM controleert deze
informatie.
VROM betaalt de subsidie maandelijks rechtstreeks aan u als eigenaar-bewoner.
Veel gestelde vragen met betrekking tot koopsubsidie:
1. Waar en wanneer kan ik koopsubsidie aanvragen?
U kunt koopsubsidie aanvragen bij het ministerie van VROM. U hoeft dit niet zelf te
doen; uw geldgever doet dit samen met u. De koopsubsidie kan aangevraagd worden
vanaf 1 januari 2001.
2. Hoeveel subsidie kan ik krijgen en waarvan is de hoogte
afhankelijk?
De hoogte van de koopsubsidie is afhankelijk van het
geleende bedrag, de rente, de betaalde overdrachtsbelasting, uw inkomen en de
samenstelling van uw huishouden. De maximale subsidie is € 136,59 per maand.
3. Hoeveel kan ik lenen en hoeveel mag de woning kosten?
Als u in aanmerking wilt komen voor koopsubsidie, mag de lening (het
hypotheekbedrag) niet hoger zijn dan € 89.803,10. De woning mag maximaal €
112.265,22 kosten. Als u een bestaande woning koopt, is dit maximum inclusief de
kosten koper. De verkoopprijs van de woning ligt dus +/- 10% lager.
4. Bij welk inkomen kom ik aanmerking voor koopsubsidie?
Uw inkomen mag niet hoger zijn dan € 16.154,58 als u alleen woont en € 21.668,01
als u gehuwd bent of samenwoont. Wanneer u ouder bent dan 65, gelden er lagere
inkomensgrenzen: € 14.339,45 als u alleen woont, € 18.718,43 als u samenwoont of
getrouwd bent.
5. Kan ik ook subsidie krijgen voor het onderhoud van de woning?
Als u koopsubsidie aanvraagt voor een woning met achterstallig onderhoud, moet
er een bouwkundig rapport worden opgesteld. Deze eis geldt als de
onderhoudskosten minstens 10% van de waarde van de woning bedragen. In zo'n
geval wordt een deel van de geldlening vastgezet om het onderhoud te kunnen
betalen. De koopsubsidie heeft dan voor een deel betrekking op de
onderhoudskosten.
6. Ik heb voor 1 januari 2001 een woning gekocht van de corporatie.
Kan ik alsnog in aanmerking komen voor koopsubsidie?
Nee. Alleen woningen die na 1 januari 2001 verkocht worden, komen in aanmerking voor
koopsubsidie.
7. Kan ik ook een andere dan mijn eigen woning kopen met koopsubsidie?
U kunt in principe koopsubsidie aanvragen voor elke
woning die minder kost dan € 112.265,22 (inclusief kosten koper). Voorwaarde is
wel dat u de afgelopen drie jaar geen eigenaar-bewoner van een eigen huis bent
geweest, en dat u de woning zelf gaat bewonen.
8. Mag ik de woning verkopen en vervolgens verhuren?
Dat is niet toegestaan. U kunt alleen koopsubsidie aanvragen voor een woning die u zelf
gaat bewonen.
9. Mag ik de woning doorverkopen? Wie krijgt de winst of wie betaalt
het verlies?
In principe mag u de woning gewoon verkopen en kunt u vrij
beschikken over de eventuele winst. Een eventueel verlies komt ook voor uw
rekening. Maar: in sommige gevallen kunnen koper en verkoper speciale afspraken
maken over de gang van zaken bij verkoop. Zie voor meer informatie verkoop onder
voorwaarden.
10. Mijn verhuurder wil mijn woning alleen onder voorwaarden
(winstdeling) verkopen. Hierdoor kom ik niet in aanmerking voor koopsubsidie.
Waarom mag dat niet?
In de wet is een aantal bepalingen opgenomen over
de afspraken die verkoper en koper kunnen maken. Zo kan van de koper gevraagd
worden dat deze de woning maximaal vijf jaar lang niet verkoopt. Maar afspraken
om de winst bij verkoop te delen, zijn niet toegestaan. In dat geval zou de
koopsubsidie namelijk misbruikt worden; het zou een verkapte subsidie aan de
verkoper worden, die immers zou meeprofiteren van een eventuele winst.
11. Welk vermogen telt mee bij het bepalen van koopsubsidie?
Er is een maximum gesteld aan het eigen vermogen dat u mag bezitten om in
aanmerking te komen voor koopsubsidie. Dit maximum is € 17.992,39 als u alleen
bent, € 26.500,76 als u gehuwd bent of samenwoont. Voor ouderen gelden hogere
bedragen: € 30.766,30 voor alleenstaanden, € 42.587,27 voor samenwonenden en
gehuwden.
12. Moet ik verhuizen naar een huurwoning als mijn inkomen plotseling
daalt?
Als uw inkomen daalt, bestaat de kans dat u meer koopsubsidie
ontvangt. De subsidie staat echter voor drie jaar vat. Tussentijds vinden geen
veranderingen plaats. Als deze subsidie samen met uw inkomen echter niet meer
voldoende is om de woonlasten te betalen, dan zult u de woning moeten verkopen.
Bij een forse terugval kunt u in aanmerking komen voor de vangnetregeling. Met
de vangnetregeling kunt u een extra bijdrage ontvangen.
13. Welk inkomen wordt gehanteerd bij het bepalen van koopsubsidie?
Het gaat om het gezamenlijke belastbaar inkomen van de aanvrager en indien van
toepassing de echtgenoot of samenwonende partner. Het betreft het inkomen over
het peiljaar. Het peiljaar is het jaar voorafgaand aan het jaar waarin de woning
wordt gekocht of -indien het moment waarop de woning wordt gekocht voor 1 juni
ligt- het jaar daarvoor. In een voorbeeld: De woning wordt gekocht op 15 maart
2001. Dan geldt het belastbaar inkomen over 1999. Wordt de woning gekocht op 1
juli 2001 dan geldt het inkomen over 2000.
Meer info: De Belastingdienst
|
|
|